Beelddenken


Wat is beelddenken?
Het begrip werd al in 1951 geïntroduceerd door Maria Krabbe.
Zij ontdekte dat de kinderen met leerproblemen waar zij mee werkte dachten in Beelden.
Zij noemde hen Beelddenkers.
De theorie erachter is dat deze mensen bij het lezen van van woorden, zij deze eerst omzetten in beelden.
Maar ook andersom zullen zij hun eigen beelden uitleggen in beknopte taal.
Beelddenken is een vorm van denken dat iedereen heeft als kind.

Aangeboren gedrag.
We denken als kind in beelden en handelingen. We gaan bewegelijk om met de werkelijkheid.
Pas rond 5/6 jaar gaan wij het beelddenken loslaten en wordt er begrips-/woorddenken aangeleerd.

Aangeleerd gedrag.
Maar een bepaalde groep mensen laat dit beelddenken niet los.

De Beelddenkers.
Beeldenkers zijn primaire denkers.
Kennis komt voort uit ervaring.
Daarnaast leren zij vanuit geheel, eerst het complete plaatje ipv stap voor stap zoals de woorddenker.
Dit kan problemen geven binnen het onderwijs, aangezien ons leersysteem vnml auditief is en opgebouwd wordt uit stappen en niet uit geheel.

Algemene kenmerken van Beelddenkers.
-  Zij kunnen een trage,afwezige indruk maken.
-  Zij vertonen soms naar binnen gekeerd gedrag.
-  Hun werktempo ligt lager dan gemiddeld, zij moeten immers steeds vertalen tussen woord en beeld.
-  Hun werktempo ten opzichte van handelen is dan weer hoog. Plaatje compleet GO.
-  Ze vinden het vaak moeilijk om zich aan regels te houden, zeker als zij er het nut niet van inzien.
-  Ze hebben woordvindingsmoeilijkheden.
-  Ze gebruiken woorden als dinges,je weet wel, die en dat.....
-  Ze geven vaak een omschrijving van het woord dat zij bedoelen.
Het klopt niet altijd wat ze zeggen maar ze worden wel begrepen.
-  Maken onvolledige zinnen.
-  Ze kunnen van de hak op de tak springen. (beeld,woord,beeld..)
-  Ze hebben problemen met de ordening van tijd,tijdsveld ipv tijdslijn.
-  Ze hebben moeite met volgorde en tijd aangezien alles tegelijk in hun hoofd aanwezig is.
-  Ze hebben problemen met rechts en links
-  Ze hebben het lastig met kruisbewegingen, bv linker been, rechter arm.
-  Ze kunnen kinderlijk overkomen.
-  Maar komen door hun groot inzicht sterker (volwassener) over dan ze werkelijk zijn.
-  Spreken als kleuter vaak later of selectief
-  Hebben vaak een eigen ontwikkelde woordenschat.
-  Ze vervormen woorden om deze passend te krijgen.
-  Spreken vaak binnensmonds
-  Kunnen paniekreactie, driftbuien of terug getrokken gedrag vertonen als hun plaatje verstoord wordt.
-  Hebben problemen met onverwachte veranderingen, eerst moet hun plaatje herstellen.
-  Kiezen vaak voor constructiespeelgoed of rollenspel.
-  Hebben vaak een leer achterstand op de basisschool
-  Hebben problemen bij automatiseren.
-  Leren vanuit geheel/overzicht en niet in stappen.
-  .......